Piramide van bewijsvoering

Hoe werkt bewijsvoering

Bij reacties op sociale media is het opvallend hoeveel mensen wetenschappelijke bewijsvoering in twijfel trekken en vaak met weinig kennis van zaken reageren. Het is ook één van de redenen dat veel academici zich onthouden om aan te treden in het publieke debat. Het kost namelijk jaren van studie om inzicht te verwerven in onderzoeksmethodologie.

Reageren op onzin kost je dus een half leven om eerst de desbtreffende persoon uit te leggen hoe hij/zij zaken best interpreteert. Onbegonnen werk dus.

Om dat glazen plafond toch wat te doorbreken hierbij een poging om in mensentaal uit te leggen hoe onderzoek werkt (en verre van volledig).  Elk onderzoek start met een hypothese. Hierin wordt iets in vraag gesteld zonder te weten wat de uitkomst zal zijn. Het onderzoek naar de vraag die je stelt kan leiden tot een bevestiging van je vermoeden of het resultaat slaat de andere richting uit. In het laatste geval weet je tenminste dat je in een andere richting moet zoeken.

Het gevaar bestaat dat een onderzoeker toch wat vooringenomen is en bijgevolg zijn onderzoek stuurt. Om dat te vermijden zijn er verschillende soorten onderzoeksmethoden die gevoerd kunnen worden. Hiervoor bestaat een wetenschappelijke piramide, deze stelt simpel voor wat de meest sluitende onderzoeksvoering is. Hoe hoger naar de top van de piramide, hoe minder invloed de onderzoeker heeft op de resultaten.

De opinie van een expert wordt als allerlaagste vorm geplaatst.  Dit is vooral te wijten aan het feit dat uitspraken niet noodzakelijk een veruitwendiging zijn van onderzoek, vaak gekleurd daar omstandigheden of noodzaak in functie van een bepaalde situatie.  

Observationeel onderzoek heeft tot doel om na te gaan welke richting data uitgaan.  Het kan een vermoeden bevestigen zonder dat er noodzakelijk al een direct verband is aangetoond tussen oorzaak en gevolg (causaal verband).  De resultaten kunnen gebruikt worden om na te gaan over verder onderzoek zich opdringt.

Quasi-experimenteel onderzoek gaat, zonder gebruik te maken van 'dubbel-blind' onderzoek, na of er een reden is om een causaal verband te vermoeden.

Experimenteel onderzoek zal steeds werken volgens het 'dubbel-blind'-principe.  Je deelt een groep mensen (populatie) in twee of meer groepen.  Eén groep krijgt bijvoorbeeld testmedicatie, een andere groep krijgt een suikerpilletje.  Zo kan men nagaan zonder inmenging van de onderzoeker of mensen in de ene groep beter wordt of niet door de behandeling.  

De hoogste vorm van bewijsvoering zijn reviews (systematisch, realistische review, scoping reviews, mixed-method reviews,...).  Hierbij worden uitgevoerde experimentele onderzoeken getoetst aan strenge protocols om na te gaan of ze voldoende hoge kwaliteit bezitten om vervolgens van de beste onderzoeken de resultaten samen te brengen en te evalueren.  Dit kan in combinatie gebeuren met een meta-analyse (statistische gegevens herberekenen en extrapoleren).

Bovenstaande piramide is van toepassing op wat we als 'kwantitatief' onderzoek benoemen.  Het verwerken van numerieke data (getalletjes dus) door middel van statistiek.  

Een tweede vorm van onderzoek is het kwalitatieve onderzoek, hierbij wordt gebruik gemaakt van data die verkregen worden uit (semi-gestructureerde) interviews, focus groepen of andere narratieve vormen. Hiervoor bestaan specifieke wetenschappelijke protocols om de essentiële data te puren uit deze gegevens.

De piramide voor kwalitatief onderzoek is enigszins verschillend van bovenstaande, weliswaar staat de 'expert-opinion' hier ook op de laatste plaats en de reviews bovenaan.

Een laatste woord over wetenschappelijke publicaties.  Publicaties in wetenschappelijke 'journals' komen niet zomaar tot stand.  Voordat een onderzoek zal worden weerhouden voor publicatie dient het aan een hoop regels te voldoen.  De belangrijkste hiervan is de 'peer-review'.  Elke 'journal' wordt geadviseerd door academici , veelal uit verschillende landen en diverse universiteiten.  Deze experten in een specifiek domein bestuderen de voorgesteld publicatie en geven hierop onafhankelijk van elkaar feedback en commentaar.  Ze gaan na of het voorgestelde experiment of onderzoek kan worden overgedaan waarbij hetzelfde resultaat wordt bereikt.  Indien dat het geval is en er is consensus tussen de betrokken evaluatoren, dan pas komt een artikel in aanmerking voor publicatie.